Krant – interview supportersclub ’59

“Dat sprookje van Best moet de wereld uit, want hij komt uit Oirschot”
zeggen zijn dorpsgenoten kwaad

(Van onze sportredacteur)

FONS VELDHUIZEN is zondag tweede geworden bij de nationale crosskampioenschappen van Nederland, tweede achter Frans Kunen. Dat is een prestatie welke zeker met ere genoemd mag worden. In Oirschot, waar Veldhuizen vandaan komt, is men dan ook wel trots op zijn dorpsgenoot. Het merkwaardige is echter, dat in practisch geheel Nederland gedacht wordt, dat Fons Veldhuizen uit Best komt. Men kan het in de meeste kranten lezen: “Veldhuizen uit Best eindigde vooraan”. En dat “Veldhuizen uit Best” zit vele Oirschottenaren bijzonder hoog. Het is dan ook geen wonder, dat enkele bewonderaars van Veldhuizen een supportersclub hebben opgericht, welke er o.a. voor ijvert dat alom in den lande bekend wordt, dat Veldhuizen een op-en-top Oirschottenaar is.

Hoe ontstond misverstand?
Hoe dat misverstand over de plaats van afkomst dan is ontstaan? Enkele jaren geleden had Oirschot een eigen atletiekvereniging die zeer actief was en ook een goede naam had: Orion organiseerde regelmatig veldlopen, waarbij naast de sport ook de humor niet uit het oog werd verloren, want men had behalve prijzenv oor de beste lopers ook prijzen voor de dikste en dunste deelnemer. Dat was een prettige tijd, waaraan Veldhuizen en Piet van der Sande (ook een vermaard crosser) graag terugdenken. Maar ja, wat gebeurde er? Een van de grote mannen van Orion vertrok en de vereniging ging ter ziele. Veldhuizen en Van der Sande wilden natuurlijk blijven lopen. De enige oplossing was, zich als lid aan te melden van de dichtstbijzijnde club en dat was Generaal Michaelis uit Best.
Vraagt men Veldhuizen: heb je het naar de zijn in de Bestse vereniging, dan volgt er een oprecht gemeend: “Ik heb er gene aord. Ik ben er dan ook bijna nooit. Ik ben lid omdat je anders niet zo gemakkelijk in wedstrijden uit kunt komen. Je kunt natuurlijk wel een KNAU-licentie aanvragen, maar dat heeft de atletiekunie toch niet zo graag. Die heeft de atleten het liefst zoveel mogelijk in verenigingen”.
Veldhuizen steekt het niet onder stoelen of banken,d at hij wel weer graag een atletiekvereniging in Oirschot zou willen zien. Een trainer zou er volgens hem al zijn: Piet van der Sande. “Hij is een veel grotere sportman dan ik. Hij is er voor geknipt en hij wil het ook wel doen ook.” Die woorden sprak hij niet alleen tot ons maar ook tot de heren Deenen, Van den Broek en Van Sprang die bij ons zaten. Dit driemanschap heeft de schouders gezet onder de supportersclub. Zij haakten direct in op de woorden van Veldhuizen: “We zullen proberen of er uit de supportersclub een atletiekvereniging kan groeien. Voorlopig gaat het ons er alleen nog maar om, om Veldhuizen financieel te steunen. Natuurlijk niet zo, dat hij geld krijgt voor prestaties in wedstrijden. Dan zou hij prof zijn. Nee, het reisgeld en de onkosten, willen wij voor onze rekening nemen. Hij komt tenslotte uit Oirschot en dan willen wij hem ook helpen. En er is grote belangstelling voor onze supportersclub. Nu we de kans hebben een van onze jongens te kunnen stimuleren tot misschien wel een Nederlands kampioenschap zullen wij die kans niet voorbij laten gaan”.

image2 (5) image2 (6) image1 (5)NIEUW

Moeilijkheden
In ons gesprek met Fons Veldhuizen was al duidelijk geworden, dat de moeilijkheden voor de sportbeoefening voor de Oirschottenaar vooral op financieel terrein liggen. Animo en doorzettingsvermogen heeft de nu vierentwintig-jarige knaap genoeg. Maar ja, een sport beoefenen kost geld, veel geld en Veldhuizen, die magazijnbediende bij een meubelzaak is, komt er wel voor uit, dat hij niet zó goed bij kas zit, dat hij het gehele jaar aan wedstrijden kan deelnemen. Want dat kost geld. En dan nog de ‘uitrusting’, de kleding.
Ik moet dikwijls overwerken om het geld te verdienen dat ik nodig heb om aan een cross te kunnen deelnemen. Dat is natuurlijk niet bevorderlijk voor mijn vorm. Een lange dag maken en dan nog trainen, dat valt niet mee. Dan hebben de drie groten van Sprint uit Breda: Kunen, Jonkers en Christ het gemakkelijker. Die zijn sportinstructeur in militaire dienst. Zij hebben meer tijd en gelegenheid om te oefenen.
Fons Veldhuizen is een keiharde kerel. In Best fluistert men zelfs: “Veldhuizen loopt zichzelf nog eens over de kop”. En als men hoort, hoeveel en hoe lang de Oirschottenaar oefent dan zou men het gaan geloven. Veldhuizen traint elke dag anderhalf tot twee uur (welke voetballer heeft dat over voor zijn sport). Dikwijls samen met Van der Sande, die vijf jaar ouder is en gaat overschakelen op de marathon.
Nu is dat vele trainen natuurlijk prachtig. Maar te veel kan wel eens funest zijn. En Fons is “’nen aorige”. Hij heeft trainingsschema’s van de KNAU gekregen. Samen met Fr. Kunen zou hij gaan oefenen in Eindhoven. Maar Veldhuizen had al spoedig genoeg van die schema’s. Hij verscheurde ze. “Ik moet kunnen lopen zoals ik zelf wil. Ik doe ook aan wedstrijden mee, die ikzelf kies. Ik wil niet dat men zegt: “Je moet aan die en die wedstrijden meedoen.

Baanwedstrijden
Vanzelfsprekend komt het gesprek op de baanwedstrijden. “Waarom loop je weinig of nooit op de sintelbaan?” Ik voel daar niet zo veel voor. Het liefst loop ik in de bossen, in de natuur. Maar dit jaar ga ik geloof ik van de zomer door. Dat heb ik me wel meer voorgenomen in de drie jaar dat ik nu aan atletiek doe, maar nu gaat het er geloof ik van komen”. (En hij liet zijn ogen afdwalen naar het Oirschotse trio aan de andere zijde van de tafel, de mannen van de supportersclub). “Als ik steun krijg van de supporters, dan kan ik door gaan en dan zet ik het erop volgend jaar kampioen te worden van Nederland.
Als ik onder dezelfde omstandigheden kon trainen als Kunen, dan zou hij misschien geen kampioen geworden zijn. Enfin, het was zondag niet zo en Frans heeft verdiend gewonnen. Ik ga me nu meer op de snelheid toeleggen. Ik heb nu een prachtig sintelpad gevonden, waarop ik kan sprinten”. Zijn ogen glinsterden, alsof hij ons zo in de steek wilde laten om op staande voet verder te gaan trainen.
Fons Veldhuizen beoefent het hardlopen nog niet zo lang. Drie jaar geleden, in militaire dienst kreeg hij bij de veldlopen in de Harskamp in de gaten, dat hij aanleg had. “Ik kreeg er plezier in en toen ik met groot verlof ging, meldde ik mij direct aan bij Orion. Jammer, dat Orion over de kop ging. Ik moest toen noodgedwongen naar Best”.

De mannen van de supportersclub duwden ons een krant onder de ogen, waarop met grote letters in de kop stond: “Uitstekende plaats voor Veldhuizen (Best)”. “Dat zit ons dwars hoor. Veldhuizen komt uit Oirschot, niet uit Best”. Veldhuizen zelf grinnikte om de boosheid van zijn dorpsgenoten. Hij is er al een beetje aan gewend geraakt. Maar hij vindt het prachtig dat hij nu de steun krijgt van de Oirschottenaren. “We hadden de harmonie al besteld, zondag, voor als je kampioen geworden zou zijn”. “Had dat maar gezegd”, repliceerde Fons, “dan had ik nog wat harder gelopen. Of wat? Dan kon niet”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *