Krant – interview Le Soir ’64

Fons Veldhuizen houdt spikes nog een jaartje aan
Vooral het crossen trekt hem bijzonder aan

(door Jo de Bruyn)

Wanneer zondag 15 november op het vliegveld Zaventem te Evere bij Brussel het startsein wordt gegeven voor de grote jaarlijkse prijs van het Belgische dagblad Le Soir, een veldloop waaraan door meer dan drieduizend atleten wordt deelgenomen, zal ook de Oirschotse lange-afstandloper Fons Veldhuizen weer van de partij zijn. “Deze keer geef ik mezelf echter geen enkele kans op succes. De wedstrijd is twee dagen na mijn huwelijk; dus zal er niet veel van komen,” zegt hij. Veldhuizen wil echter de aparte sfeer, de snijdende spanning vlak voor het vertrek niet missen. Als raspaardjes staan de duizende deelnemers aan de Volkscross te trappelen van ongeduld. Nog voor het oranjelicht op groen springt, heeft de bonte meute zich reeds in beweging gezet en stort zich in een rush a la Bobby Hayes in de nauwe trechter, een honderdtal meters na het vertrek. Degenen die niet over een snelle start beschikken, zijn in dit geweld volkomen kansloos.

“Men moet met de eerste twintig de vernauwing bereiken, anders is een plaats in de achterhoede een voldongen feit,” aldus de dertig-jarige Veldhuizen. Zijn beste persoonlijke prestatie in de Volkscross leverde hij in 1962. Samen met de Belg Lambrechts [….] zuiderburen vertegenwoorde op de 800 meter in Tokio, beheerste hij de strijd van het eerste moment af. “Ik vertrouwde op mijn eindsprint, maar ik wist niet wie mijn tegenstander was. Wanneer ik hem gekend had, had ik ongetwijfeld het tempo opgevoerd en hem niet meegenomen naar de finish. Tweehonderd meter voor het spandoek begon de Belg aan zijn eindsprint. Alles perste ik uit mijn body, maar ik moest toch toezien dat hij langzaam maar zeker van mij wegliep. Vier seconden na Lambrechts bereikte ik als tweede de eindstreep.”
Op onze vraag hoeveel wedstrijden Veldhuizen in zijn negen-jarige carrière reeds tot een zegevierend einde heeft gebracht, antwoordde hij verontschuldigend: “Dat zou ik op geen tien of twintig wedstrijden kunnen zeggen. Wat ik wél weet is dat ik tijdens de vorige winter zeventien maal eerste prijs in ontvangst heb ogen nemen. Boven op mijn kamer staat een prijzenkast, waarin ongeveer honderd bekers staan. Maar precies heb ik het nooit bijgehouden.”
“Misschien had ik meer kunnen bereiken, wanneer ik mij had gespecialiseerd,” vervolgt hij. “Ik ben echter iemand, die graag overal zijn mannetje staat en die zijn hart volkomen aan de sport heeft verpand. ’s Winters in de crossen, mijn grootste liefhebberij, ’s zomers op de weg en vaak ook nog op de baan.” Op de weg is de 25 km de sterkste afstand van de Brabander. Van 1958 af is hij op genoemde afstand onafgebroken nationaal kampioen. Vrijwel geen enkele wedstrijd heeft hij op deze afstand verloren.
image3 (5) image2 (13)

Iedere dag
Fons Veldhuizen is een atleet, die zich niets aantrekt van schema’s en vastgestelde trainingen. Hij gaat volkomen zijn eigen gang. Elke dag, of het nu regent of dat de zon hoog aan de hemel staat, gaat hij na het vervullen van zijn dagtaak de weg op. Anderhalf uur lang traint hij. Soms op de lange afstand, maar vaak ook de zogenaamde interval-training. Speciaal sprinten van 400 meter lang hebben zijn voorkeur. Het liefst trekt hij de bossen in. “Ik houd van de natuur,” zegt hij. Wat dit betreft hoeft hij niet lang te zoeken. Vanuit de gezellige woning van de familie Veldhuizen in Oirschot kijkt men op de bosrijke omgeving van het legerkamp van die naam. De tanks, die dagelijks in die omgeving oefenen, maken het traject bijzonder lastig, en dat is juist wat Veldhuizen wenst.
Hoe Fons Veldhuizen tot de atletiek is gekomen? Het is begonnen in militaire dienst. De gewone, vrijwel dagelijkse veldloopjes, onder leiding van een sportinstructeur werkten zo aanstekelijk op hem dat hij er na zijn diensttijd mee door is gegaan. In de winter van 1956 vroeg hij een vergunning aan als D-klasser. De tenoren uit die tijd waren o.a. Jonkers uit Breda, diens stadgenoot Kunen, de in zijn herfstdagen verblijvende Lataster uit Heerlen en de Arnhemmer Viset. In Den Bosch maakte Veldhuizen zijn debuut. En hoe! De gehele atletiekwereld stond perplex. Een D-klasser, waarvan men nog nooit had gehoord, won op één been, vóór gekende lopers als de hierboven genoemden. Tot driemaal toe herhaalde de nieuweling dit staaltje van kunnen. Toen oordeelden de heren van de KNAU dat het beter was hem tot A-klasser te promoveren.
Over de klasse-indeling in onze atletiek wil Fons nog wel het een en ander zeggen. “Ik ben er een groot tegenstander van”, begint hij.”Zoals u waarschijnlijk weet zijn er voor ons nooit grote prijzen beschikbaar. De winnaar in elke klasse ontvangt meestal een beker, terwijl de andere prijswinnaars een medaille mee naar huis mogen nemen. Nu zijn er helaas atleten, die zorgen steeds C- of D-klasser te blijven. Dit kan gemakkelijk, omdat de promotie wordt bepaald door gemaakte tijden op de sintelbaan. Wanneer men zorgt boven de gestelde limiet te blijven handhaaft men zich in dezelfde klasse. Jaren achtereen kunnen deze lieden hun superioriteit in ’n bepaalde klasse handhaven. Nu ziet men dus gebeuren dat een alles gevende A-klasser, die als tweede of derde binnenkomt met een medaille tevreden moet zijn, terwijl die C- of D-klasser, die nota bene vaak twee à drie minuten na deze A-klasser arriveert met een fraaie beker huiswaarts keert.”

Bikila geklopt
Fons Veldhuizen heeft in zijn atletiekloopbaan al vele landen van Europa doorkruist. De mooiste herinneringen bewaart hij echter aan een wedstrijd te San Sebastian in Noord-Spanje. Een voor ons land ongekende mensenmenigte was er op de been gekomen. Wij Nederlanders moesten echter opnieuw ervaren dat we internationaal nog niets te betekenen hebben. Ik eindigde 21e. Raadt u eens wie er juist achter mij binnenkwam? Niemand minder dan Abebe Bikila, de tweevoudige Olympische kampioen op de marathon.”
Wanneer hij met atletiek ophoudt gaat hij zich intensief bezighouden met de duiven. Samen met zijn vader heeft hij nu reeds talrijke successen behaald. Voorlopig gaat Veldhuizen echter nog een jaartje door. “Ik hoop nog verscheidene bekers aan mijn totaal te kunnen toevoegen,” zegt hij. Hij is er echter van overtuigd dat de concurrentie en dan speciaal van de jeugd steeds zwaarder zal worden. Vooral De Haas van Metro uit Rotterdam en de jonge Maastrichtenaar Op den Oordt voorspelt Veldhuizen een goede toekomst.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *